Herontwerp van deze Atkinson; januari 2010
Ik heb een herontwerp gemaakt van deze motor met een geheel nieuw CAD tekening pakket en wel om twee redenen:
1. Ik had nogal veel wijzigingen aangebracht t.o.v. de originele tekeningen, met name om het motorgedrag wat te "temmen". Dat heb ik hieronder wel zo goed mogelijk beschreven maar ik bleef daar toch veel vragen over krijgen. Voorts bevatte deze tekeningen alleen Nederlandse tekst zodat mijn Engelstalige vrienden daar veel moeite mee hadden. Ik heb het nieuwe tekeningpakket nu met CAD gemaakt en er ook Engekse tekst aan toegevoegd. De CAD tekeningen zijn ook veel beter leesbaar o.a. omdat er driedimensionale aanzichten op staan.
2. De oude versie van deze Atkinson loopt wel goed en betrouwbaar maar het gedrag is toch nog behoorlijk onstuimig naar mijn smaakk. Dit ligt gedeeltelijk aan de abrupte omkeerbewegingen van het typische drijfstangsysteem maar vermoedelijk ook aan het systeem met de twee klep tuimelaars met de erg lange stoters. Ik heb nu een bovenliggende nokken-as gemaakt die zonder tuimelaars de kleppen bedient en die wordt aangedreven door een tandriem die de vliegwiel-as en deze nokken as met elkaar verbindt over twee tandwielen met gelijk aantal tanden. Dit systeem paste ik eerder en met succes toe op mijn Otto motor.
3. De klassieke carburateur is vervangen door de "Benzinedamp Carburateur" die ik bij al mijn verbrandingsmotoren toepas.
Voorts zijn er nog wat andere wijzigingen die echter meer cosmetisch van aard zijn, zoals de uitlaatdemper en de houten voet.
Hieronder Blad 1 van het tekening pakket.

Ik moet zelf mijn oude Atkinson nog ombouwen volgens dit herontwerp, maar daar moet ik de tijd nog voor vrijmaken. Vandaar dat ik hier nog geen life video kan laten zien maar wel die van de oude versie en een animatie op de video van het herontwerp; zie rechts boven op deze pagina.
Maar Petr heeft deze versie al wel gemaakt:
http://s191.photobucket.com/albums/z173/RaceSoft/Atkinson%20engine/
--------------------------------------------------------------------------
Beschrijving van de oude versie
Het idee
In de eerste drie jaar van mijn modelbouwleven heb ik hoofdzakelijk Stirling
motortjes en Vlamhappers gebouwd. Ik vond dat ik toe was aan iets anders
en vatte het idee op om een kleine viertakt verbrandings motor te gaan
bouwen. Ik had geen enkele ervaring op dit gebied, maar dat heeft mij
juist gestimuleerd om het eens te proberen.
Ik heb lang en veel moeten zoeken naar een geschikt ontwerp. Voor zover
ik iets tegenkwam vond ik het te groot en/of te complex, terwijl ik er
altijd op uit ben om een stukje unieke techniek te maken dat er vooral
"klein maar fijn" moet uitzien en dat in een redelijke tijd
te maken is.
Uiteindelijk vond ik wat ik zocht op de website
van Kees Goverde uit Roosendaal. Een website die echt de moeite waard
is om eens te bezoeken voor modelbouwers van dit soort verbrandingsmotoren.
Mijn oog viel daarbij op de Atkinson viertakt verbrandingsmotor, die als
unieke eigenschap heeft dat de vier slagen van de zuiger gemaakt worden
met slechts één omwenteling van de krukas. Fascinerend om
te zien hoe dit tot stand komt d.m.v. een slim stangenstelsel; zie voor
een bijzonder fraaie animatie de website www.keveney.com/Engines.html.
Een bij uitstek geschikt en fraai model, dat niet al te moeilijk is om
te maken in 80 á 100 netto manuren.
Het venijn bleek echter in de staart te zitten: het onderkennen en daarna
optimaal afstellen van alle parameters heeft mij nog een veelvoud van
deze bouwtijd gekost. Niet dat ik dat erg vond, want het oplossen van
problemen is voor mij altijd een extra uitdaging en het heeft bovendien
het voordeel dat je daarmee de geheimen van de machine goed leert kennen.
De bouw tot aan de eerste omwentelingen
Ik ben dus uitgegaan van het model volgens de tekeningen van Kees Goverde.
Eén typische wijziging heb ik bij voorbaat aangebracht. Het betreft
het mechanisme voor het maken van de bougievonk. Daarvoor heb ik een
piezo element gebruikt dat ik gesloopt heb uit een (Tefal)aansteker
voor gastoestellen. Een duwstang die tegen een nokschijf op de krukas
loopt neemt hier de rol over van de hand waarmee normaal de gasaansteker
bediend wordt. Een compact systeem zonder accu, bobine, condensator
en onderbreekcontact. Het levert een prima vonk op, waarvan het tijdstip
binnen de viertaktcyclus kan worden gekozen door het verdraaien van
de nokschijf op de centrale nokkenas. Voor een dergelijke piezo-ontsteking
trof ik hier en daar wel wat gerede twijfel aan bij sommige modelbouwers
van dit soort viertaktmotoren. Ik heb de gok toch maar gewaagd en uiteindelijk
bleek het uitstekend te voldoen, althans in dit geval.
Voor het
daadwerkelijk bouwen had ik ca 80 netto manuren nodig, geleid door het
goede en complete tekeningpakket en de uitvoerige beschrijvingen op
de website van Kees Goverde. Ik was toen dus klaar om de eerste startpogingen
te ondernemen. Maar het duurde meer dan een week voordat de eerste ontploffing
zich in de cilinder voordeed! Dat had echter meer te maken met mijn
onbekendheid met deze materie dan met de kwaliteit van het ontwerp.
Ik moest de parameters nog ontdekken die van belang zijn om de motor
in beweging te krijgen. Vervolgens is het dan ook nog zaak om al die
parameters dicht in de buurt van hun individueel optimum te krijgen.
Een beetje het verhaal van de kip en het ei, want als er ook maar één
parameter verkeerd staat komt er geen beweging in de motor en is het
dus ook niet mogelijk om de gevoeligheid van de andere parameters te
onderkennen, laat staan om die optimaal af te stellen. Maar met wat
ondersteuning van Kees Goverde lukte het me eindelijk om de eerste omwentelingen
te realiseren. Ook heb ik dankbaar gebruik gemaakt van enkele tips van
Martin Alewijn, die onlangs een reeks artikelen heeft geschreven in
het NVM maandblad "De Modelbouwer" over zijn rijke ervaringen
met viertakt motoren.
Maar met deze eerste omwentelingen waren mijn doelstellingen echter
nog verre van bereikt. De motor liep steeds niet veel langer dan 5 á
10 tellen terwijl het hele systeem daarbij ernstig in onbalans geraakte.
Zo erg dat ik de motor aan de werkbank moest vastklemmen om te voorkomen
dat hij eraf vloog. Erger was nog dat daardoor dusdanig grote krachten
uitgeoefend werden op het gehele stangenstelsel dat er op diverse draaipunten
spelingen werden ingeslagen. Verschillende bevestigingen trilden voortdurend
los of braken zelfs af en ik had de grootste moeite om het vliegwiel
op zijn plaats te houden. Ik stond werkelijk verbaasd over zoveel geweld
van een dergelijk klein motortje!
Mijn doelstelling was echter een motor te realiseren die iedere keer
100% betrouwbaar opstart met enkele handmatige zetten aan het vliegwiel,
rustig loopt met een relatief laag toerental en dit gewoon blijft doen
"met mijn handen op de rug". Ik was niet uit op een groot
vermogen maar wel op een fraai ogend model dat vriendelijk staat te
snorren en dat geen geheimen meer voor mij heeft. Ik voel mijzelf graag
de baas over de motor i.pl.v. andersom.
Het
"temmen" van de motor
Na deze eerste en gewelddadige omwentelingen ging ik dus een traject
in van speurwerk en aanpassingen met vallen en opstaan, dit alles met
het oogmerk om de machine te temmen. Dit heeft mij echter een veelvoud
aan uren gekost ten opzichte van het primaire bouwen! Maar de uitdaging
was groot en het heeft mij veel kennis opgeleverd, die mij nu in staat
stelt de motor iedere keer opnieuw en vlot op te starten en betrouwbaar
vriendelijk te laten lopen.
Mijn eerste
opgave was om het dynamische gedrag van de motor drastisch te verbeteren.
Ik zag daarvoor in eerste instantie twee mogelijkheden:
1. Het mechanisch uitbalanceren
Enkele deskundigen op het gebied van verbrandingsmotoren hadden mij
inmiddels al gewaarschuwd dat het uitbalanceren van een één
cilinder verbrandingsmotor eigenlijk niet, of maar zeer ten dele, mogelijk
was. Desondanks heb ik toch enkele pogingen ondernomen, o.a. door het
aanbrengen van verstelbare contragewichten in het vliegwiel. Maar het
is me niet gelukt om op die manier merkbare verbeteringen tot stand
te brengen.
2. Het verlagen van het toerental.
Verlagen van het toerental gebeurt doorgaans door het knijpen van de
luchtinlaat van de carburateur en daarmee de cilndervulling. Dat lukte
in eerste instantie niet omdat bij dat knijpen de motor instabiel werd
en meestal stil viel. Begrijpelijk omdat de kinetische energie in het
vliegwiel recht evenredig afneemt met het toerental. Omdat het vliegwiel
bovendien van aluminium was en ook nog aan de kleine kant kon de motor
daarmee niet door de arbeidsloze slagen van de viertact cyclus geholpen
worden. Ik heb dus een aanzienlijk groter vliegwiel gemaakt. Omdat mij
zwaarder materiaal ontbrak voor deze afmetingen heb ik het weer van
aluminium gemaakt. Maar de kinetische energie van een vliegwiel stijgt
kwadratisch met de diameter, zodat het mij toch lukte om met dit groter
vliegwiel de motor beter aan de praat te houden bij lagere toerentallen.
Maar tevreden was ik nog allesbehalve: Het opstarten was nog steeds
niet betrouwbaar en ik moest een tamelijk rijk mengsel toepassen om
de motor continu te laten draaien. Dat had onvolledige verbranding tot
gevolg en daarmee snelle roetvorming op de bougie. Verder bleef het
toerental toch nog relatief hoog waardoor het dynamisch gedrag van deze
motor door nogal veel asymmetrie in het stangenstelsel onacceptabel
bleef, naar mijn oordeel althans.
Het
ontwerp van de motor was gebaseerd op een zelf aanzuigend systeem voor
het verbrandingsmengsel. De inlaatklep was daarom alleen afgeveerd en
werd zodoende niet positief en ook niet instelbaar aangestuurd, zoals
dat wel het geval was voor de uitlaatklep met behulp van een klepstoter.
De veerspanning voor de inlaatklep is in zo'n geval tamelijk kritisch:
een te straffe veer verhindert het openen van de klep, met een te slappe
veer sluit de klep niet goed of gaat zweven. Dit bracht mij ertoe om
nog een derde mogelijkheid voor het "temmen" aan te pakken.
3. Het aanbrengen van een extra systeem met nokrol, klepstoter en
tuimelaar voor de inlaatklep.
Ik kon hiervoor een kopie maken van het systeem waarmee de uitlaatklep
bediend wordt. Er was daarvoor gelukkig nog juist genoeg ruimte overgebleven
in de constructie. Deze aanpassing heeft veel bijgedragen aan het bereiken
van mijn doelstelling. Met het variëren van de inlaattijd en het
moment van openen en sluiten van de inlaatklep t.o.v. de bewegingen
van de uitlaatklep werd het mogelijk een instelling te realiseren waarbij
de motor 100% betrouwbaar opstart met enkele handmatige zetten aan het
vliegwiel. Verder werd het gedrag van de motor nog aanzienlijk stabieler
bij lage toerentallen en kon ik met een armer mengsel volstaan, waardoor
de roetvorming op de bougie ook nog behoorlijk verminderde.
Overige globale aanpassingen
Bovengenoemde wijzigingen hebben weliswaar geleid tot een betrouwbare
en goed lopende viertakt motor maar deze Atkinson blijft toch een ietwat
onstuimig gedrag vertonen. Vermoedelijk dragen asymmetriën in het
(overigens fascinerende) stangenstelsel bij tot een moeilijk tembaar
krachtenspel op het gehele systeem.
Om die reden heb ik een aantal draaipunten fors moeten verzwaren en/of
van kogellagers moeten voorzien. Deze maatregelen hebben het dynamisch
gedrag verder verbeterd tot een meer dan acceptabel niveau en hebben
ook hinderlijke bijgeluiden tot een minimum beperkt.
Voor zowel
de cilinder als de zuiger heb ik perlytisch gietijzer toegepast. Ik
ben erg gecharmeerd van deze combinatie omdat dit materiaal nauwelijks
uitzet, waardoor de zuiger zuiver passend kan worden gemaakt zonder
dat die gaat vastlopen bij temperatuurverhoging. Ik heb één
zuigerveer toegepast, hoewel ik gemerkt heb dat de motor ook goed loopt
zonder die zuigerveer! De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik het
cilindergat bij voorbaat heb laten honen door een bevriende relatie,
waarmee niet gezegd is dat dit absoluut noodzakelijk is voor een goed
resultaat. Voorts is perlytisch gietijzer enigszins zelfsmerend door
het hoge koolstofgehalte, waardoor het ook niet nodig om olie toe te
voegen aan de benzine.
Een laatste
aanpassing betreft de carburateur. Ik heb daarin een stukje van een
heel dunne injectienaald aangebracht tussen de opening van de regelnaald
voor de benzine en het centrum van de venturi in de gasschuif. Ik heb
gemerkt dat dit het regelen van het toerental wat minder kritisch maakte
en dat ook de roetvorming weer wat minder werd. Vermoedelijk zorgt de
dunne naald voor kleinere benzine druppeltjes, die beter vernevelen
in de luchtstroom. Ook heb ik nog twee rubber O-ringen aangebracht in
de carburateur om valse lekken van benzine en/of lucht uit te sluiten.
Over
het functioneren van de carburateur bleef ik uiteindelijk toch wat ongelukkig.
Toen ik daarmee dezelfde ervaringen opdeed bij mijn later gemaakte Otto
motor besloot ik een caburateur te ontwerpen en te maken die aanzienlijk
beter presteerde; zie de pagina over deze unieke "Benzineschuim
Carburateur"
Het
resultaat
Uiteindelijk heb ik bereikt wat mij voor ogen stond:
1. Betrouwbaar
opstarten na 1 tot maximaal 3 handmatige zetten aan het vliegwiel;
2. Het terug kunnen regelen naar een relatief laag toerental van ca
300 omw./minuut ;
3. Rustig lopen met dit lage toerental, waardoor de machine op nu zijn
plaats blijft en het stangenstelsel niet overbelast wordt;
4. Continu lopen "met mijn handen op de rug". Wel met tamelijk
fors, maar niet onplezierig geluid;
5. Een zeer eenvoudig, compact en goed werkend ontstekingsmechanisme
met een piezo-kristal;
6. Best fraaie machine, want het oog wil immers ook wat.
Er zijn
wel enkele beperkingen:
1. Omdat er geen geforceerde koeling is laat ik de motor niet veel langer
lopen dan 5 á 15 minuten, hetgeen ik overigens geen bezwaar vind.
De cilindertemperatuur valt eigenlijk reuze mee: ca 110ºC. De motor
zal dus vermoedelijk wel langer kunnen lopen zonder geforceerde koeling.
Voor het geforceerd koelen met lucht zou ik bovendien de cilinder geheel
moeten ommantelen om de lucht goed langs de cilinderwand te laten stromen.
Ik denk dat dit afbreuk doet aan het uiterlijk van de machine. En als
ik moet kiezen tussen een lange looptijd en het huidige uiterlijk kies
ik voorlopig voor het laatste.
2. Het toerental van de motor kan weliswaar opgevoerd worden tot ca
800 omwentelingen per minuut of zelfs meer, maar het dynamisch gedrag
wordt dan dusdanig beroerd dat de machine tamelijk ruig over de tafel
gaat raggen en dat ik ga vrezen voor uiteindelijke schade aan het stangenstelsel.
De motor hoeft voor mij geen hoog toerental te hebben. Ik zie liever
een rustig en vriendelijk pruttelend motortje. Ik hoef er immers geen
koe mee uit de sloot te trekken en verder is het natuurlijk een kwestie
van smaak.
Enkele technische specificaties
Globale afmetingen: lxbxh= 350x200x250mm;
Cilinder: boring 24mm, lengte 61mm, perlytisch gietijzer;
Zuiger: diameter 24mm, lengte 28mm, perlytisch gietijzer;
Zuigerslagen: inlaat ca 26mm, compressie ca 21mm, arbeid ca 29mm, uitlaat
ca 34mm
De verschillen in zuigerslagen zijn typisch voor de Atkinson motor.
Vliegwiel: diameter 155m, breedte 20mm, aluminium of (bij voorkeur)
staal;
Toerental: regelbaar tussen ca 300 en 800 omwentelingen per minuut;
Brandstof: autobenzine Euro 95 of 98.
Piezo element: niet te klein kristal kiezen; b.v. uit (Tefal) aansteker
voor gastoestellen.
Tekeningpakket
Omdat
ik geen eigenaar ben van het originele tekeningpakket voel ik mij niet
gerechtigd dit vrij beschikbaar te stellen via mijn website.
Ik moet
hiervoor verwijzen naar de heer Kees Goverde die o.a. benaderd kan worden
via zijn
website.
Van de wijziging
die ik heb aangebracht heb ik slechts enkele werkschetsen die voor derden
eigenlijk niet bruikbaar zijn. Maar voor een enigzins geroutineerde
modelbouwer zullen bovenstaande beschrijvingen wellicht voldoende zijn.
Overigens ben ik altijd bereid tot nadere informatie hierover.
Voor de goede orde: de motor volgens de originele tekeningen loopt natuurlijk
ook. De wijzigingen die ik heb aangebracht hadden enkel tot doel het
motorgedrag danig te temmen, hetgeen overigens wel aardig gelukt is
naar mijn bescheiden oordeel.
Publicatie
Over deze motor is een artikel verschenen in het NVM Maandblad "De
Modelbouwers" 2006 nr 7.