Change to English
Een
alternatief voor de klassieke carburateur
De carburateur is een van de meest belangrijke onderdelen van een verbrandingsmotor.
Het functioneren ervan bepaalt in hoge mate de prestaties en het gedrag van de
motor. Het is echter bepaald niet eenvoudig om voor een kleine modelbouw motor
een carburateur te maken waarmee die vlot kan worden opgestart en betrouwbaar
af te stellen is en waarmee verschijnselen als "verzuipen" van de motor
en roetvorming op de bougie kan worden voorkomen. Dit is althans mijn ervaring
en hierin blijk ik bepaald niet alleen te staan! Zonder te beweren dat het onmogelijk
is een redelijk werkende carburateur te maken volgens het klassieke principe durf
ik toch te stellen dat het voor menig modelbouwer een zware opgave is om daarmee
bevredigende resultaten te bereiken.
Het bracht mij ertoe om een alternatief
proces te bedenken waarmee de motor een ideaal mengsel van lucht en moleculaire
benzinedamp toegevoerd krijgt met de optimale mengverhouding. Het ontwerp moest
afrekenen met de welhaast kenmerkende problemen van de klassieke carburateur waar
de meeste modelbouwers doorgaans mee worstelen.
De
gedachtegang achter het alternatieve ontwerp
Een carburateur voor verbrandingsmotoren heeft tot taak om een mengsel van benzine
en lucht te maken dat in de cilinder van de motor tot verbranding moet komen.
Een goede carburateur moet daarbij ongeveer 1 deel benzine vermengen met ca 14
delen lucht, waarbij de benzine zo fijn mogelijk verneveld moet zijn. Naarmate
de benzinedruppeltjes kleiner zijn zal de verbranding beter verlopen. Grote en/of
ongelijkmatig gevormde benzinedruppels veroorzaken vaak "verzuipen"
van de motor, roetvorming op de bougie door onvolledige verbranding en dientengevolge
onregelmatig of helemaal niet lopen van de motor. Ideaal zou zijn dat de lucht
wordt vermengd met moleculaire benzinedamp in plaats van met benzinedruppeltjes.
Zelfbouw carburateurs voor model verbrandingsmotoren blijven doorgaans tamelijk
ver verwijderd van dit ideaal. Veel verder dan een mengverhouding van 1 op 10
komen ze meestal niet en het is een hele toer om onvolledig verbrande benzinedruppels
te voorkomen. Insiders in deze materie hebben mij verzekerd dat met dit soort
eenvoudige en "basic" carburateurs met venturi, luchtschuif en benzinesproeier met
regelnaald nauwelijks nog verbetering te bereiken is.
De theorie over de
ideale carburateur bracht mij op het idee om een geheel afwijkend ontwerp te maken.
De basisgedachte daarbij was dat lucht die door benzine geleid wordt of erover heen de damp ervan
meeneemt in de vorm van moleculair gas. De vraag was alleen of daarbij zoveel
overmaat benzinedamp zou worden meegenomen dat de ideale verhouding van ca 1 op
14 gemaakt zou kunnen worden door het regelbaar bijmengen van extra lucht tussen
de carburateur en de inlaatpoort van de motor.
En het geluk was met de domme!
Eenvoudige proefjes met wat benzine in een reageerbuisje, afgesloten met een rubberen
stop met daarin een metalen buisje tot aan de bodem en een slangaansluiting naar
de inlaatpoort van de motor, leerde mij al snel dat de kans van slagen meer dan
waarschijnlijk was. Een paar dagen experimenteren leverde mij de randvoorwaarden
op voor een kinderlijk eenvoudige carburateur die echter verbluffende prestaties
levert!
Het proto type en de principe werking
Hieronder een schets van het prototype met een jampot en twee lucht regelaars. Hiermee heb ik de eerste proeven uitgevoerd op mijn Otto
viertakt motor.

Op het
deksel van de jampot bevindt zich een leiding met daarop
een regelbare luchtinlaat. De leiding loopt door tot net boven
de bodem van de pot, zodat die ruim in de benzine steekt. Via een tweede aansluiting op het deksel is de pot
met een rubberen slang verbonden met de inlaatpoort van de motorcilinder een regelbare restrictie voor het
bijmengen van extra lucht. Tijdens de inlaatslag van de motor ontstaat
er een onderdruk in de jampot waardoor er buienlucht gaat stromen door
de leiding in de jampot. Deze lucht borrelt door de benzine en neemt daarbij
moleculaire benzinedamp mee. De hoeveelheid lucht en daarmee tevens
de hoeveelheid beschikbare benzinedamp kan worden geregeld met de restrictie
op deze leiding. Het homogene mengsel van lucht en moleculaire benzinedamp
stroomt de motorcilinder binnen en verbrandt daar voor 100% tijdens
de arbeidsslag.
Omdat de concentratie van de benzinedamp in het primaire mengsel hoger
is dan nodig voor de ideale verhouding van 1 op 14 moet er lucht worden
bijgemengd via de restrictie tussen de carburateur en de aanluiting op de inlaatpoort
van de cilinder.
In principe zou men ook de extra lucht kunnen bijmengen op de jampot
zelf. Het is mij echter gebleken dat dit duidelijk minder goed regelt
dan het bijmengen van de extra lucht tussen de carburateur en de inlaatpoort
van de cilinder. De reden is dat die extra lucht dan over het benzine oppervlak strijkt
en daarmee ook extra benzinedamp meeneemt. Deze hoeveelheid is afhankelijk
van de snelheid van de ingestroomde lucht en de regeling wordt daardoor
wat ongedefinieerd.
De
eerste versie met twee onafhankelijke lucht regelaars
De eerste versie van een benzinedamp carburateur had ik helemaal gebasserd op het prototype.

Behalve het kijkglas is de hele carburateur van messing gemaakt, niet alleen omdat dit minder kwetsbaar is maar vooral ervoor te zorgen dat eventueel optredende statisch lading door de luchtstroom meteen afvloeit naar de motor massa. Deze waardevolle tip kreeg ik van Martin Alewijn nadat hij mijn prototype met de geheel glazen jampot had gezien.
Op de figuur is ook een geintegreerde terugslagklep te zien die altijd nodig bij een 2-takt
motor omdat anders het aangezogen gasmengsel onder de zuiger weer
terug in de tank van de carburateur wordt gedreven. Bij een viertakt motor is
zo'n terugslagklep alleen een veiligheidsmaatregel omdat het daar kan het gebeuren dat door een
onverhoedse terugslag van de motor overdruk in de tank ontstaat waardoor er wat
benzine door de inlaatbuis op de tank naar buiten wordt gedrukt.
Deze carburateur werkte perfect op al mijn vier- en tweetakt stationnaire
motoren met een reeks van voordelen t.ov. de klassieke carburateur die ik aan het eind van deze pagina zal opsommen.
De tweede versie met de drieweg regelkraan
Hoewel de eerste versie in principe perfect werkte was toch wel één probleempje mee,
of liever gezegd, een klein ongemak: de twee luchtregelaars werkten onafhankelijk
van elkaar waardoor het relatief instellen daarvan voor het vlot opstarten van de motor
en voor het regelen van de motorsnelheid wel enige ervaring vereiste. Het was
dus wel eens zoeken naar de juiste instellingen voor de twee onafhankelijke regelaars
bij het opstarten van de motor en het leidde ook soms tot stil vallen van de motor als er aan
de verkeerde regelaar werd gedraaid als men de motorsnelheid wilde veranderen.
Het was Gerrit van Kampen die het voorstel deed om de beide luchtregelaars te combineren in één driewegkraan bij de uitlaat van de carburateur. Na een aantal experimenten en wat verschillende versies van deze driewegkraan kwam ik tenslotte uit op een ontwerp waarbij twee messing schijfjes met speciale patronen van gaten en sleuven t.o.v. elkaar verdraaid kunnen worden

Tweede versie met drieweg regelkraan
Tweede versie met dieweg regelkraan
Alle drie de aansluitingen bevinden zich in en op de stationaire schijf, namelijk: een centrale aansluiting naar de cilinder van de motor, een aansluiting naar de tank van de carburateur en een aansluiting (gat) naar de buitenlucht. De twee laatste aansluitingen eindigen in relatief korte sleuven aan de binnenkant van deze stationaire schijf. De roterende schijf heeft alleen een blinde sleuf aan de binnenkant over 180°. Deze sleuf verbindt beide korte sleuven in de statonaire schijf met elkaar en staat ook steeds in verbinding met de centrale aansluiting naar de cilinder. Afhankelijk van de positie van de roterende schijf t.o.v. de stationaire schijf zal er meer of minder lucht aan het gasmengsel uit de tank worden bijgemengd. Onderstaande figuren illustreren deze regeling:

Dwarsdoornedes van de drieweg regelkraan
De bovenste schets toont de middenpositie van de roterende schijf met de drie aansluitingen aan de staionaire schijf. De twee schetsen daaronder tonen de extreme posities van de roterend schijf: resp. de positie met heel weinig gasmengsel uit de tank en veel bijgemengde buitenlucht (arm mengsel) en de positie waarbij minimaal lucht wordt bijgemengd aan maximaal gasmengsel uit de tank (rijk gasmengsel). Door het verdraaien van de roterende schijf zal er dus bij iedere positie tussen deze twee uitersten een andere verhouding benzinedamp/lucht ontstaan waarop de motor reageert met sneller of langzamer lopen. Er zal dus ook altijd een bepaalde positie in te stellen zijn tussen deze uiterste posities waar de ideale verhouding van 1 deel benzinedamp en 14 delen lucht ontstaat waarmee de motor goed zal opstarten.
Met deze driewegkraan werd dus het afstel probleem met twee onafhankelijke regelaars geheel opgelost. Het was hiermee eenvoudig om tijdens het opstarten van de motor de kraan zodanig te verdraaien dat de motor vanzelf over nam. Rondom die instelling kon met het geleidelijk verdraaien van de kraan ook het toerental van de motor eenvoudig worden afgeregeld.
De derde versie van de carburateur
Min of meer toevallig ontdekte ik dat het niet nodig is om de instromende lucht door de benzine te laten borrelen. Sterker nog, met een ingekorte instroomleiding die boven het benzine oppervlak blijft lopen al mijn motortjes even goed en met wat fantasie zelfs iets beter. In het algemeen blijkt ook dat het afregelen van de carburateur er wat minder gevoelig door is geworden. Bij mijn Hit&Miss 2-takt motor is deze versie met de korte instroomleiding zelfs voorwaarde. De reden daarvan leg ik uit op de betreffende pagina van deze motor.
Dat er met de korte instroom leiding blijkbaar ook meer dan voldoende benzinedamp wordt meegenomen als de lucht over het benzine oppervlak strijkt in plaats van erdoorheen te borrelen was wel een verrassing voor mij. Het lijkt erop dat de mengverhouding benzinedamp/lucht wat stabieler is met de korte leiding dan met de borrel leiding. Een bijkomend voordeel van de korte leiding is dat er geen benzine naar buiten kan worden gedreven als er onverwacht wat overdruk in de tank ontstaat, bv. bij terugslag van een 4-takt motor tijdens het opstarten.
Feitelijk gebruik ik nu alleen nog maar de korte leiding bij al mijn motortjes.
Ik sluit echter niet uit dat de borrel leiding nodig kan zijn als er veel meer afname van gasmengsel nodig is zoals bij behoorlijk grotere motoren en/of bij veel hogere toerentallen. Het borrelen door de benzine mag er dan wat spectaculairder uitzien, maar ik verkies toch de voordelen van de korte leiding boven dit wat optisch borrel verschijnsel. Overigens is het instromen van de buitenlucht nog steeds goed te zien door het kijkglas. Dat blijft een belangrijk voordeel van deze inkijk omdat daarmee steeds gecontroleerd kan worden of er wel gasmengsel wordt aangezogen, hetgeen van belang is bij eventuele opstartproblemen.

Derde versie met korte instroom leiding
De vierde en definitieve versie van de carburateur
Alles werkte dus perfect met de derde versie en toch bleek er nog wat te verbeteren, of liever gezegd, te vereenvoudigen. Het betrof de driewegkraan waarvan sommigen vonden dat die moeilijk te maken was omdat voor het maken van de radiale sleuven een gradendeelschijf nodig is op de freesbank en die heeft niet iedereen.
Ik heb nu eenmaal de niet aflatende neiging om alles zo eenvoudig mogelijk te maken en dus trok ik mij die opmerkingen aan. Daardoor aangemoedigd verving ik de driewegkraan door de zeer eenvoudige regelaar voor de extra lucht die ik al in 2006 bij het prototype gebruikte omdat ik achteraf niet uitsloot dat die net zo goed zou kunnen werken als de driewegkraan met de schijven. Omdat het zo'n eenvoudig ding is was het dan ook snel geprobeerd en wat ik vermoedde bleek juist. Deze regelaar is in feite niet meer dan een aansluitleiding met daarin een sleuf naar de buitenlucht. Op de buitenkant van deze leiding is fijnmetrische draad gesneden zodat een moer die iets langer is dan de sleuf daar overheen kan bewegen. Deze moer kan de sleuf meer en minder afsluiten en daarmee kan de instromende extra lucht worden gevarieerd. Het bleek perfect te werken voor al mijn motortjes en ik kon eigenlijk geen verschil ontdekken met de driewegkraan, behalve dat deze regelaar aanzienlijk simpeler te maken is. In feite is het zeer eenvoudg draaiwerk dat voor geen enkele modelbouwer problemen zal opleveren. Onderstaande figuur illustreert hoe het hele systeem er nu uitziet; zie ook de foto rechts op deze pagina.
Goed beschouwd is deze carburateur niet veel anders meer dan een benzine tank met twee uiterst eenvoudige voorzieningen waarmee een moleculair gasmengsel van benzinedamp en lucht in de juiste verhouding wordt aangezogen door de motor. Omdat het systeem ook uitmuntend presteert voor tenminste stationaire model motorjes kan dit met recht een voorbeeld worden genoemd van eenvoud die het kenmerk is van het ware.
Eén nadeel: het ziet er wat saai uit, maar dat dat is vaak de andere kant van eenvoud. Achter die eenvoud gaat wel een perfecte prestatie schuil als je het mij vraagt.

Vierde en definitieve versie

De brandstof
Verse auto benzine bevat een erg vluchtige component
die met relatief veel extra lucht moet worden bijgemengd. Daarom moet in het begin
de regelaar voor de extra lucht zo worden ingesteld dat de sleuf in de leiding maximaal open staat. Tijdens het opstarten van de motor met bv. een handboormachine moet de moer op deze regelaar zover over de sleuf worden gedraaid totdat men de motor hoort aanslaan. Ergens rondom deze "0-positie"
zal de motor doorgaans vlot opstarten met verse benzine. Men is vaak geneigd om een rijker gasmengsel (=minder extra lucht) in te stellen als de motor niet meteen wil opstarten, maar dat is absoluut onjuist! Begin dus altijd met de instelling waarbij er nauwelijks gasmensel uit de tank wordt aangezogen en draai de regelaar dan de kraan geleidelijk verder dicht totdat de motor tekenen van leven geeft.
Afhankelijk van de motor
afname zal deze vluchtige benzine component geleidelijk verdwijnen waardoor de
motor wat langzamer gaat lopen. Op dat moment moet de extra lucht wat verder worden verminderd
totdat de motor weer de gewenste snelheid krijgt. De situatie is vanaf dan ook
veel stabieler geworden. De vluchtige komponent zorgt er dus voor dat de instelling
aanvankelijk wat gevoelig is maar dat wordt beter naarmate de concentratie van
deze component vermindert. Doorgaans onstaat er na enkele minuten een stabiele
en goed werkbare situatie.
Een heel goed alternatief voor autobenzine is "Coleman Fuel" waarmee het ontmengings verschijnsel vrijwel geheel kan worden geelimineerd. Deze brandstof is extra
geraffineerd waardoor zowel erg vluchtige als zware koolwaterstof componenten ontbreken. De samenstelling van deze brandstof is daardoor nagenoeg constant
waardoor het afregelen van de carburateur aanzienlijk minder gevoelig is dan met autobenzine. Het ontbreken van zware componenten zorgt er tevens voor dat
de tankvulling geheel kan worden verbruikt. Deze Coleman Fuel wordt gebruikt voor camping kooktoestellen, voornamelijk omdat die ook geen kwalijke reuken
verpreidt, hetgeen een extra voordeel betekent. Deze brandstof is in iedere winkel voor camping benodigdheden te koop voor ca 5 Euro per liter.
Ik heb gekonstateerd dat het toevoegen van 1 tot
2 % lichte olie aan
de de normale auto benzine een behoorlijk goed smerend effect heeft op het zuiger oppervlak. Blijkbaar wordt de minder vluchtige oliedamp toch voldoende meegenomen
met het gasmengsel. Ik gebruik daarvoor de algemeen verkrijgbare olie voor huishoudelijke
toepassingen. In het geval olie wordt toegevoegd aan de branstof is het wel raadzaam om na een aantal runs van de motor de inhoud van
de tank te verversen.
Het is raadzaam de tank niet niet meer dan half te vullen. Motortjes met een cilinderinhoud
tot 15 cc en een snelheid van ca 1000 omw/min zullen daar een kwartier of
langer op lopen, hetgeen m.i. meer dan voldoende is voor een suksesvolle demomstratie.
De grootte van de tank heeft geen enkele invloed op het functioneren van de carburateur.
Daarom kan de tank desgewenst groter (langer) worden gemaakt.
De voordelen
van deze carburateur t.o.v. de klassieke carburateur
Ik
heb de volgende voordelen ondervonden van deze zeer eenvoudige en voortreffelijk
presterende carburateur:
1.
Altijd 100% moleculaire benzinedamp in het mengsel, dus nooit vloeibare benzinedruppels
in de cilinder en daardoor nooit meer last van een beroete en/of natte bougies
door onvolledige verbranding van benzine;
2. De optimale verhouding van benzinedamp/lucht
(ca 1 op 14) is eenvoudig haalbaar en instelbaar. Het zeer homogene mengsel zorgt
voor een perfect loopgedrag van de motor;
3. De motor krijgt meteen het juiste
mengsel aangeboden waardoor die betrouwbaar en zeer vlot opstart. Het choken is
helemaal overbodig geworden, het kan trouwens ook niet met deze carburateur;
4. Het is feitelijk onmogelijk geworden om de motor te verzuipen, het is mij althans
tot op heden niet gelukt;
5. Het toerental laat zich mooi regelen met de mengkraan
op de uitgang van de tank. Het snel "gas geven" zoals dat met een klassieke carburateur kan is hier echter niet mogelijk;
6. Het ontwerp is uitermate eenvoudig: geen venturi,
geen sproeiers, geen sproeiernaald, geen gasschuif; geen nauwkeurige maatvoeringen,
geen kans op valse lucht- en/of benzinelekken;
7. Deze carburateur mag dan
wat grotere afmetingen hebben dan de gangbare uitvoering, maar men moet daarbij
bedenken dat die tegelijk benzinetank is. Men zou ook kunnen zeggen dat deze carburateur
in de tank is geïntegreerd en goed beschouwd dus juist kleiner is dan de klassieke oplossing met een benzine tank plus een venturi carburateur;
8. Omdat er geen warmtegeleiding optreedt
van de cilinder naar de carburateur kan deze nooit oververhit raken;
9. De lengte
van de leiding tussen de carburateur en de inlaatpoort is helemaal niet kritisch:
ik merkte geen verschil tussen een leiding van 10 en 50 cm! De carburateur is
daardoor in het geheel niet plaatsgebonden.
Tenslotte
Het is werkelijk een genot te ervaren hoe betrouwbaar de motor met deze carburateur opstart en hoe mooi die er op loopt. Ook het verlost zijn van choken, verzuipen en roetvorming op de bougie is werkelijk een verademing. Ideaal voor een vlotte en werkelijk probleemloze demonstratie van de motor. Ik vermoed dat dit ontwerp menig modelbouwer van dit soort verbrandingsmotortjes op slag zal verlossen van een carburateur "nachtmerrie", wellicht afgezien van een enkele notoire experts op dit gebied.