Scope
Tot
op heden heb ik ervaring opgedaan met een viertal vlamhappers en ook
hier weer met relatief kleine modellen. De eerste maakte ik volgens
een bestaande tekening. Ik moest daar wel essentiele veranderingen in
aanbrengen om de motor aan de praat te krijgen. De tweede is een tweecilinder
volgens eigen ontwerp. De derde is een miniatuur uitvoering, eveneens
volgens eigen ontwerp. De constructie van een vlamhapper is zomogelijk
nog eenvoudiger dan die van een Stirling motor, maar het afregelen ervan
is mij vele malen moeilijker gebleken. Dat was feitelijk voor mij de
aanleiding om een vierde vlamhapper te maken waarbij ik een inwendige
schuif toepaste. Dit leverde een aanzienlijk betrouwbaarder en nog simpeler
motor op.
Ervaringen
Evenals
Stirling motoren hebben Vlamhappers in vergelijking tot b.v. stoommachines
een relatief laag vermogen, omdat ook hier de druk op de werkzuiger
slechts een fractie is van een absolute atmosfeer. Bij kleine modellen
moet men zelfs al speciale maatregelen treffen om de motor in onbelaste
toestand soepel en betrouwbaar te laten lopen. Men moet er dan ook niet
van uitgaan dat er werktuigen van enig formaat mee kunnen worden aangedreven,
behalve als er grote vertragingen worden toegepast.
Behalve de eveneens verrassende eenvoud is het fascinerende van vlamhappers
dat ze stoer gedrag vertonen in vergelijking tot Stirling motortjes.
Hoewel ze ook bijna als sierraadjes te maken zijn lenen ze zich wat
minder voor demonstratie in een huiskamer omgeving en als "weggevertjes".
Ze vereisen een tamelijk forse spiritusvlam en maken aanzienlijk meer
lawaai, hetgeen ze evenwel voor sommigen juist aantrekkelijker maken.
Maar dit zijn dan veelal meer technisch georienteerde toeschouwers.
Vanwege de feitelijk zeer eenvoudige constructie zijn Vlamhappers wellicht
nog gemakkelijker (lees: sneller) te maken dan Stirling motoren. Maar
ze zijn afschuwelijk zenuwachtig als het gaat om het afstellen ervan,
athans met de gebruikelijke uitwendige schuif. Het is mijn ervaring
dat men daar zeker zo veel tijd aan moet besteden dan aan het bouwen
ervan. Er zijn namelijk meerdere kritische parameters, die vanwege het
relatief laag vermogen stuk voor stuk en tegelijk optimaal ingesteld
moeten zijn. Het probleem daarbij is echter dat dit afstellen alleen
goed kan gebeuren als het motortje al enigszins de neiging heeft om
te gaan lopen. En dat is weer alleen het geval als die parameters al
redelijk dicht bij hun optimum staan. Beetje kip en ei verhaal dus.
Het kan dan ook gebeuren dat je iets aan het veranderen bent, terwijl
er iets anders niet goed is afgesteld of gemaakt. Dan raak je soms verder
van huis en daardoor ook wel eens moedeloos. Maar het is ook mijn ervaring
dat in dit soort situaties de aanhouder altijd wint.
Onderstaande tips gaan dus voornamelijk over het inregelen en optimaal
afstellen van vlamhappers met uitwendige schuif.
Men moet zich hierdoor niet laten afschrikken. Met voldoende geduld
en systematiek is het afstellen zeer wel mogelijk. Eenmaal alle parameters
op hun optimum draaien ze er lustig en betrouwbaar
op
los en verbazen met name modelbouwers van stoommachines. Misschien juist
omdat ze, net als stoommachines, behoorlijk stoer staan te doen. Maar
afgezien daarvan houdt elke vergelijking daarmee meteen op.
Tips
1. Vanwege het lage vermogen is het zaak om wrijvingen en andere tegenwerkende
krachten tot een minimum te beperken. Zeker bij de snel draaiende onderdelen
is het aan te raden kogellagertjes toe te passen. Ook moet er extra
aandacht besteed worden aan de parallelliteit, de uitlijning en de haaksheid
van alle draaiende onderdelen of onderdelen die daarmee te maken hebben;
2. Het motorvermogen wordt opgewekt op het moment dat de hete gassen
in de afgesloten cilinder afkoelen. Om die onderdruk maximaal te benutten
moeten er geen lekkages zijn. Het is daarom zaak dat de zuiger en het
schuifje goed aansluiten tegen het inwendige, resp. het uitwendige van
de cilinder. De boring in de werkcilinder moet daarom mooi cilindrisch
en glad zijn, hetgeen goed gaat met ruimen als laatste bewerking. De
zuiger moet een zodanig kleine ondermaat hebben t.o.v. de cilinderboring
dat die met de duim onder tegen de cilinder daarin blijft hangen en
vervolgens vlot naar beneden valt als de duim wordt weggehaald en dit
zonder smering met olie. Smeren met olie is mij trouwens in vrijwel
alle gevallen funest gebleken: het motortje loopt daardoor veel minder
goed en meestal zelfs helemaal niet meer. Bedenk dat de vlamgassen tegen
de 1000ºC heet kunnen zijn en daar is echt geen enkele olie tegen
bestand. Er onstaat dan snel een aanlag van verbrande olie samen met
residuen van vlamgassen, waardoor de zuiger stroef of zelfs vast gaat
lopen;
3.
Het is keer op keer mijn ervaring dat de zuiger verreweg het best van
gietijzer kan worden gemaakt omdat dit materiaal aanzienlijk minder
uitzet dan dat van de roestvrij stalen cilinder, zodat vastlopen voorkomen
wordt. Bovendien is gietijzer zelfs bij deze hoge temperaturen enigszins
zelfsmerend vanwege het relatief hoge koolstofgehalte.
Om dezelfde reden verdient het aanbeveling om ook het schuifje van gietijzer
te maken, hoewel dat wellicht een wat minder noodzakelijke voorwaarde
is;
4. Het juiste bewegingspatroon van het schuifje in de 360º cyclus
is van crusiaal belang:
Het schuifje moet het cilindergat vrij geven ca 40º voordat de
zuiger zich het dichtst bij de cilinderkop bevindt, te meten langs de
omtrek van het vliegwiel. De reden is dat de afgekoelde vlamgassen tijdens
de arbeidslag van de zuiger ook weer gecomprimeerd worden waarbij de
atmosferische druk bereikt wordt ca 40º
voordat de zuiger de uiterste stand heeft bereikt. Als het schuifje
te laat wordt geopend ontstaat er zodoende een tegenwerkende overdruk
in de cilinder die de motor afremt of zelfs doet stoppen. Dit vrijgeven
van het cilindergat door het schuifje moet bij voorkeur zo abrupt mogelijk
gebeuren. In die 40º ontsnapt dus het afgekoelde gas met de atmosferische
druk uit de cilinder. Het schuifje moet het cilindergat weer afsluiten
op het moment dat de zuiger zich op ca 30º van de andere uiterste
zijde van de cilinder bevindt. Deze beweging kan niet al te abrubt worden
gemaakt omdat dan de nokrol gaat stoten op de nokschijf. E.e.a. stelt
bijzondere eisen aan de contour van de nokschijf die het schuifsysteem
aandrijft; zie de maatvoeringen daarvan op de tekening pakketten;
5. De overlap van het schuifje als het cilindergat wordt afgesloten
moet vrijwel nul zijn. Ik heb zelfs de ervaring dat de motortjes beter
lopen als er nog een spleetje overblijft van een haardikte breed ! Voor
dit verschijnsel heb ik tot op heden nog geen goede verklaring gevonden;
6. De veertjes die het schuifje tegen het cilindervlak aandrukken moeten
zodanig worden afgesteld dat het schuifje mooi parallel langs het cilindervlak
beweegt maar wel met een minimale druk om de wrijving laag te houden.
De veertjes hoeven in feite het schuifje alleen tegen dit vlak te houden
omdat de onderdruk in de cilinder de rest van het afsluitwerk doet;
7. De veerkonstruktie die de nokrol tegen de nokschijf gedrukt houdt
moet zo danig licht worden afgesteld dat het geheel net niet gaat "zweven".
Een straffere veer veroorzaakt ongewenste tegenkrachten die het motortje
afremmen;
8. De raakvlakken van schuifje en cilinder moeten met een scherpe frees
worden gemaakt. Behalve eventueel zeer licht ontbramen met polijstlinnen
moeten deze vlakken niet handmatig worden nageschuurd of gepolijst,
omdat dan snel een vrijwel onzichtbare bolling ontstaat en daarmee lekkage
langs die vlakken;
9.
De grootte van de vlam en de positie daarvan t.o.v het cilindergat is
ook van grote invloed op de motorprestatie. Het is raadzaam daar eerst
wat mee te experimenteren alvorens de definitieve uitvoering van de
spiritusbrander te maken en de plaats ervan t.o.v. het cilindergat te
bepalen. Het komt er op neer te voorkomen dat er behalve hete vlamgassen
ook valse en koude buitenlucht mee naar binnen gezogen wordt. Het is
mijn ervaring dat de vlam ca twee maal breder en ook hoger moet zijn
dan het cilindergat. Dit is ook de reden dat vlamhappers behoorlijk
gevoelig zijn voor tocht die het vlammetje laat wapperen waardoor ook
valse buitenlucht mee naar binnen gezogen wordt.
10. In tegenstelling tot Stirling motoren is er bij vlamhappers maar
één arbeid slag per cyclus. Voor het afwerken van de retour
slag van de zuiger moet het vliegwiel zorgen, dat daarom relatief gezien
zwaarder moet worden uitgevoerd dan bij Stirling motoren.
11. Het gebruik van pure ethylalcohol heeft wat voordelen boven spiritus,
dat behalve kleurstof en methylalcohol ook nog ca 10% water bevat. De
vlam van ethylalcohol is heter, reukloos en veroorzaakt ook minder residuen,
die na afkoelen een aanslag op zuiger en cilinderwand kunnen veroozaken.
Desondanks blijft het raadzaam om de zuiger en de cilinder regelmatig
schoon te maken met een pluisvrij doekje al dan niet gedrenkt in een
weinig oplosmiddel, zoals b.v. WD40.
Zoals
gezegd is de vlamhapper met inwendige schuif aanzienlijk minder kritisch;
zie voor de verklaring daarvoor de betreffende
pagina.