Het idee
Bij deze derde vlamhapper was het mijn oogmerk om het compact en klein
te houden. Op grond van mijn ervaringen met de eerste twee vlamhappers
hield ik er bij voorbaat rekening mee dat deze miniaturisatie het nog
wat moeilijker zou maken om het betrouwbaar aan de praat te krijgen (en
te houden). En dat heb ik geweten: het aanbrengen van wijzigingen en het
afstellen heeft mij minstens zo veel tijd gekost als het feitelijke bouwen
! Maar de aanhouder wint vrijwel altijd en hier was het al niet anders.
Zoals de foto's tonen heb ik hier gekozen voor een horizontale cilinder
met het vlamgat aan de zijkant. De constructie die het schuifje aandrukt
en op en neer laat bewegen wordt aangedreven middels een afgeveerd asje
dat met een kogellagertje tegen een nokschijf loopt met een nogal speciaal
profiel. Met name in dit gedeelte van het motortje bleken aanvankelijk
veel verborgen gevoeligheden te zitten.
Ontwerp en aanwijzingen voor het afstellen
Voor degene die van plan zijn dit erg grappige motortje na te bouwen aan
de hand van het door mij gemaakte tekening pakket, geef ik hier een aantal
belangrijke tips die voornamelijk te maken hebben met het afstellen ervan:
1. Het schuifje moet
het cilindergat vrij geven ca 40º voordat de zuiger zich het dichtst
bij de cilinderkop bevindt, te meten langs de omtrek van het vliegwiel.
Dit vrijgeven moet zo abrupt mogelijk gebeuren, reden voor de extra freesbewerking
langs de omtrek van de nokschijf, zoals op blad 4 van het tekening pakket
is aangegeven. In die 40º ontsnapt dus het afgekoelde gas uit de
cilinder. Het schuifje moet het cilindergat weer afsluiten op het moment
dat de zuiger zich op ca 30º van de andere uiterste zijde van de
cilinder bevindt. Het heeft mij veel "trial and error" gekost
en ook menig nokschijfje, vooraleer ik deze optimale contour van de nokschijf
had vastgesteld;
2. De overlap van het schuifje als het cilindergat wordt afgesloten moet
vrijwel nul zijn. Ik heb zelfs de ervaring dat het motortje beter loopt
als er nog een spleetje overblijft van een haardikte breed ! Dit verschijnsel
herken ik ook van mijn twee eerdere vlamhappers, maar een goede verklaring
heb ik daarvoor nog steeds niet gevonden;
3. De twee drukveertjes van de meenemer, die met twee pennetjes in het
schuifje ingrijpt, moeten zodanig worden afgesteld dat het schuifje mooi
parallel langs het cilindervlak beweegt en met een minimale druk. De veertjes
hoeven in feite het schuifje alleen tegen dit vlak te houden omdat de
onderdruk in de cilinder de rest van het afsluitwerk doet;
4. Het veertje dat de meeneem-constructie met het kogellagertje tegen
de nokschijf gedrukt houdt moet zo licht zijn dat het geheel net niet
gaat "zweven". Een straffer veertje veroorzaakt ongewenste tegenkrachten
die het motortje afremmen;
5. De raakvlakken van schuifje en cilinder moeten met een scherpe frees
worden gemaakt. Behalve eventueel zeer licht ontbramen met polijstlinnen
moet deze vlakken niet worden nageschuurd, omdat dan snel een vrijwel
onzichtbare bolling ontstaat en daarmee lekkage langs die vlakken;
6. Het was weer mijn ervaring dat zuiger verreweg het best van gietijzer
kan worden gemaakt omdat dit materiaal aanzienlijk minder uitzet dan dat
van de stalen cilinder, zodat vastlopen voorkomen wordt. Bovendien is
gietijzer enigszins zelfsmerend vanwege het relatief grote koolstofgehalte.
Dit is belangrijk omdat bij deze hoge temperaturen van de vlamgassen absoluut
niet gesmeerd mag worden, met welke olie dan ook ! Om die reden heb ik
ook het schuifje van gietijzer gemaakt, hoewel dit wellicht minder noodzakelijk
is;
7. Het gebruik van pure industriele ethylalcohol heeft wat voordelen boven
spiritus, dat behalve kleurstof en methylalcohol ook nog ca 10% water
bevat. De vlam van ethylalcohol is heter, reukloos en veroorzaakt ook
minder residuen, die na afkoelen een aanslag op zuiger en cilinderwand
veroorzaken. Desondanks blijft het raadzaam om de zuiger en de cilinder
regelmatig schoon te maken met een pluisvrij doekje al dan niet gedrenkt
in een weinig oplosmiddel, zoals b.v. WD40.
8. De grootte van de vlam en de positie daarvan t.o.v het cilindergat
is ook van invloed op de motorprestatie. Het is raadzaam daar eerst wat
mee te experimenteren alvorens de definitieve uitvoering van de spiritusbrander
te maken. De brander volgens de tekening is wel tamelijk optimaal, maar
het kan toch zijn dat er iets aan gewijzigd moet worden voor het beste
resultaat.
Voorwaar een
uitgebreide reeks voorwaarden, maar als daaraan voldaan wordt loopt
het motortje er lustig er pruttelend op los met toerentallen tussen
600 en 800 omwentelingen per minuut.
Publicatie
Van dit model is een artikeltje verschenen in het maandblad "De
Model Bouwer" van de Nederlandse Vereniging van Modelbouwers; uitgavenummer
3 / jaargang 2005.